Buro KleurKracht

Wat is intercultureel dialoog?

foto13Een intercultureel dialoog is een gelijkwaardig gesprek tussen mensen van verschillende culturen, waarbij zij een open en onderzoekende houding aannemen.  Als je een intercultureel dialoog voert, dan probeer je verder te denken dan je eigen kaders. Je neemt je eigen gedachtengang kritisch onder de loep, omdat je weet dat deze voor een ander niet logisch hoeft te zijn. En je bent je er constant van bewust dat de betekenis die jij geeft aan wat de ander zegt of doet, voor de ander iets heel anders kan betekenen. In plaats van over de ander te oordelen, probeer je hem of haar te begrijpen, óók als zijn of haar normen en waarden lijnrecht tegenover die van jou staan.

Wat bereik ik met intercultureel dialoog?

Met een intercultureel dialoog verdiep je je in de normen, waarden, houdingen, overtuigingen en concepten van een ander. Je krijgt dus zicht op de diepere lagen van iemands gedrag of verbale uitingen. Die inzichten kun je gebruiken bij het vormgeven van je beleid, je stijl van leidinggeven, de manier waarop je cliënten benadert, hoe je met collega’s omgaat, enzovoort. Zodat je beter op de ander kunt anticiperen en effectiever bent in een interculturele omgeving.

Moet ik mijn eigen normen en waarden opzij zetten?

Nee. Intercultureel dialoog vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid. Dat betekent dat jouw normen en waarden niet minder zijn dan die van de ander. En omgekeerd: ze staan er ook niet boven. In intercultureel dialoog gaat het om het objectief waarnemen van verschillen. En het, waar mogelijk, naast elkaar laten bestaan van die verschillen. Een open houding is daarbij belangrijk. Maar als je je openstelt voor de ander en hem of haar oprecht probeert te begrijpen, betekent dat nog niet dat je zijn of haar gedachtengoed goedkeurt.

“Tijdens een conferentie over interculturele relaties in Kenia, ontstond er een discussie over homoseksualiteit. Bijna alle Oost-Afrikaanse aanwezigen zeiden begrip te hebben voor andere culturen, maar daar wel een duidelijke grens bij te trekken. Het onderwerp homoseksualiteit passeerde die grens. “Afschuwelijk,” zei iemand, “als ik weet dat iemand homoseksueel is, dan kan hij niet in onze organisatie komen werken.” En een ander zei: “Als ik het woord alleen al hoor, dan krijg ik rillingen.”

Een Duitse collega reageerde op geïrriteerde toon: “Maar als jullie willen samenwerken met mensen uit het Westen, dan moeten jullie je daar toch echt wat flexibeler in opstellen. Wij doen namelijk niet aan discriminatie.” De sfeer werd grimmiger. De groep viel stil en bijna werd het gesprek beëindigd, zonder dat we een steek verder waren gekomen. Toen vroeg iemand aan een van de Oost-Afrikaanse aanwezigen: “Wat is jouw beeld bij homoseksuele mensen?” Het bleek dat bijna alle Oost-Afrikanen het idee hadden dat homoseksuele mensen hun seksuele driften niet onder controle hebben en actief zijn met kinderen en dieren.

Na een aantal verdiepingsvragen bleek dat niemand van de Oost-Afrikanen persoonlijk homoseksuele mensen kende en dat hun beeldvorming voornamelijk gebaseerd was op mediaberichtgeving. Aan het einde van het gesprek zei een van de Oost Afrikanen: “Ik vind het nog steeds een raar idee dat mensen homoseksueel zijn, maar het zou kunnen dat sommige van mijn gedachtes over homoseksuelen niet kloppen.”

 

Intercultureel dialoog op de werkvloer

Intercultureel dialoog met cliënten