Buro KleurKracht

Intercultureel dialoog met cliënten

Werk je met cliënten met een andere culturele achtergrond, dan is het belangrijk dat je je bewust bent van je eigen culturele bagage, die van je cliënt, en van de relatie tussen beide. Zo ontstaat er begrip voor elkaar en krijgt jullie onderlinge relatie vorm. Je kunt de richting van jouw hulp of dienst dan bewust kiezen en aanpassen aan de leefwereld en behoeftes van jouw cliënt.

““Wat wilde je zelf?” vroeg de hoorambtenaar aan een Somalische vluchtelinge die ik begeleidde in haar gezinsherenigingsaanvraag. De vluchtelinge was op veertienjarige leeftijd bij haar tante was gaan wonen, zonder dat zij wist waarom. Haar vader had die beslissing genomen toen haar moeder was overleden. Ze had niet aan hem gevraagd wat de reden ervan was. De ambtenaar wilde weten wat ze destijds van de beslissing van haar vader vond.

Op de vraag van de ambtenaar staarde de vluchtelinge naar een punt van de tafel. De ambtenaar herhaalde de vraag. “Ik weet het niet,” zei ze uiteindelijk op zachte toon. “Dat vind ik vreemd,” zei de ambtenaar. “Je was veertien jaar. Je zult er toch wel een bepaald idee bij hebben gehad?””

De ambtenaar in kwestie veronderstelt dat een meisje van veertien jaar een mening zou hebben gehad over het feit dat zij bij haar tante is gaan wonen. Hij lijkt zich niet bewust van de relativiteit van zijn veronderstelling. En dat deze is ingeven door zijn eigen beeldvorming over veertienjarige kinderen (assertief en zelfreflectief), de ervaring en expressie van gevoelens (ik-gericht) en familiestructuren (weinig hiërarchisch). Hierdoor houdt hij de dialoog niet open. In plaats daarvan wijst hij de vluchtelinge erop dat dat hij haar antwoord vreemd vindt, iets wat haar waarschijnlijk onzeker maakt. Hun onderlinge relatie wordt hierdoor eerder verzwakt dan versterkt. Plus hij krijgt niet de informatie die hij nodig heeft om een beslissing te nemen over haar aanvraag.
Als dienst- of hulpverlener kom je cultuurverschillen met cliënten op allerlei manieren tegen. Bijvoorbeeld als het gaat om de manier waarop je je cliënt bevraagt over zijn of haar persoonlijke situatie. Doe je dat vanuit je eigen gespreksgewoontes, bijvoorbeeld via de directe en persoonsgerichte vraag “wat heb je nodig?”. Of stem je je vragen af op de gewoontes van je cliënt, bijvoorbeeld door op een indirecte en familiegerichte manier naar zijn of haar behoeftes te vragen: “Wat zou je oma je geadviseerd hebben?”  Je kunt stuiten op gedrag dat je opmerkelijk vindt, zoals in het geval van de ambtenaar.

Schakel je dan al snel over naar een ander onderwerp, of probeer je meer zicht te krijgen op de context van dat gedrag (“Hoe worden dat soort beslissingen in jouw familie genomen?”).  Of misschien heeft je cliënt gewoontes die in jouw ogen verwerpelijk zijn, zoals het besnijden van meisjes, het thuis houden van de kinderen onder schooltijd of het uitdelen van een corrigerende tik. Laat je jouw mening dan direct blijken, of voer je een diepgaander gesprek over de beleving en motieven van je cliënt?

In een intercultureel dialoog met cliënten ben je je bewust van je eigen gewoontes, normen en waarden. Je reageert niet direct vanuit je eigen gewoontepatronen en referentiekader, maar parkeert deze tijdelijk om te kunnen aansluiten bij je cliënt. Zo behoud je de relatie met je cliënt, zul je hem of haar beter begrijpen en zul je eerder met hem of haar tot een oplossing komen.

 

Intercultureel dialoog op de werkvloer